TORCK

 

 De namen ‘Torck en Elboma’ zeggen wellicht niet zo veel, maar ze maken deel uit van mijn kinderjaren. Elboma was de naam van het bedrijf van mijn peter, mijn vaders oudste broer.

Het was een samentrekking van de ‘EL’ van elektriciteit, de ‘BO’ van bobinage en de ‘MA’ van mazout. Er werden stoomketels geconstrueerd en industriële verwarmingsinstallaties geplaatst. Mijn pa was er werkleider, en als kleine jongen ontdekte ik er spelenderwijs alle hoekjes van de ateliers. Ik hoste er bij wijze van spreken doorheen met mijn ogen dicht.

 

Het had dan ook een enorme inpakt op mijn kinderjaren. Begin jaren zestig hadden mijn ouders nog geen auto, zoals veel gezinnen toen. Maar tijdens de vakantieperiode leenden wij er een van mijn peters bedrijf. Zo ging er een wereld vol avontuur open. Met neefjes en nichtjes naar zee, de Kluisberg of voor enkele dagen naar de verre, donkergroene Ardennen. Via het bedrijf bezochten wij in 1958 tot drie keer toe de wereldexpo in Brussel. Er gingen deuren open waar men anders niet zo vlug toegang toe kreeg. Deelnemen en meerijden in de prachtig versierde auto’s tijdens de Gentse bloemenstoet, en tijdens een van de jaarlijkse bedrijfsfeesten op mijn veertien jaar voor het eerst een ware rockband zien optreden, Little Jimmy and the Sharks.

 

Op mijn blikken en plastieken speelgoedautootjes schilderde ik in rode letters het woord Elboma en veel van mijn tekeningen waren pick ups en vrachtauto’s waarop de naam stond.

 

Rond de leeftijd van vier jaar kreeg ik van mijn ouders een trapauto van het merk Torck cadeau.

Geen chique kopie van een bestaand automerk, maar een onbestaand modelletje met een laadbakje in nogal armtierig bleekblauw. Spelend vervoerde ik er zand, keien en stenen mee. En als passagier mijn trouwe hondje Daisy.

 

Zonder precies te weten wanneer en buiten mijn weten om verdween het uit mijn leven rond mijn twaalfde levensjaar. Mogelijks gaf mijn ma het mee met de oud ijzer marchand wegens geen interesse meer en in onbruik geraakt.

 

In de jaren zeventig zag ik eens eenzelfde exemplaartje op een markt in Gent. Ondertussen was het een verzamelobject geworden en van een ongekend hoge prijs voorzien.

 

Ondertussen waren mijn vrouw en ik in 1989 verhuisd van het Gentse naar Wannegem-Lede, aan de voet van de Vlaamse Ardennen. Toen we een occasionele rommelmarkt bezochten in Deinze werd ik weer met dergelijk wagentje geconfronteerd. Zelfde model, zelfde kleur. Zelfs de krassen en het roest leken identiek. Maar wellicht speelde mijn verbeelding mij daarbij parten.

Met gespeelde onverschilligheid vroeg ik de verkoper hoeveel dat vehikeltje kostte. “Voor drieduizend frank mag hij weg” antwoordde hij (zo’n 75 euro.)  “Dan is hij van mij” repliceerde ik, en betaalde. Daar gingen we. Ik gelukkig met het koopje en mijn vrouw blij omdat ik gelukkig was. Het leek alsof ik een stukje geschiedenis uit mijn jeugd terug had. Thuis kreeg het ‘Torckje’ meteen een ereplaats in de leefkamer.

 

Jaren gingen voorbij. Na een zestal jaren in Wannegem kochten we een huis aan een bos in Kluisbergen, waar het autootje weer op een speciale plaats stond te pronken. We woonden er tien jaar tot we, verplicht door minder leuke omstandigheden, het huis verkochten. Er volgde een twee jaar durende reis met de camper door Frankrijk, Italië, Slovenië, Kroatië, Spanje en Portugal. Bij onze terugkeer in 2006 vestigden we ons in een deel van een oude brouwerij in het Waalse dorpje Ellezelles. Bij de inrichting van de woonst werd het trapautootje naar gewoonte weer op een mooie plaats gezet. Het kreeg zelfs een functie toebedeeld. In het laadbakje stonden de familiealbums.

 

Op een dag had ik voor het ontwerpen van een website enkele jeugdfoto’s nodig. Toen ik zittend op mijn knieën in de albums zat te snuffelen viel mijn oog op een papierrandje tussen een steunlat aan de binnenzijde van de trapauto. Nieuwsgierig wrikte ik het los met een scherp mes, wat mij uiteindelijk lukte, zij het in drie stukken. Het was een gelijnd schriftpapiertje, vergeeld van ouderdom, vol roestvlekken waar een tekening in blauwe inkt op te zien was. Ik puzzelde de stukjes zorgvuldig ineen…en stond perplex. Een naďeve tekening van een volkswagenbusje met op de zijkant het woord ‘Elboma.’ Het was mijn eigen kindertekening van zowat vijftig jaar geleden. En dus ook mijn autootje. Op een ondoorgrondelijke manier had het zich na al die tijd een weg naar mij terug gebaand, en na nog eens vijftien jaar pas zijn geheim prijsgegeven. Het hoeft niet gezegd dat mijn ‘Torckje’ voor ons nu een onbetaalbare, sentimentele meerwaarde bezit. En wat opvalt, mijn oude speelkameraad en ikzelf zijn jaren ouder en wat roestig en krasserig geworden, met hier en daar een deuk. Maar…ons wieltjes, die draaien nog.

 

 

 

 

Toeval bestaat niet

Alleen de kennis ontbreekt

 

Baruch Spinoza

Nederlands filosoof

1632-1677